Onder het gebouw waar mijn appartement in zit is een openbare parkeergarage. Bewoners kunnen daar ook hun auto wegzetten tegen betaling van een abonnement.
Vanochtend ging ik zonder zorgen met de lift naar de garage toe om mijn auto te gaan gebruiken. Tot mijn grote verbazing liep een man met een aangelijnde hond rond – zoiets had ik in de 15 jaar dat ik daar woon nog nooit meegemaakt.
Onderweg naar mijn auto riep ik tegen die man: “U laat uw hond hier toch niet uit?”
“Het is hondenweer buiten!” antwoorde hij, bijna alsof de woordenspeling zijn wandeling binnen rechtvaardigde.
“Het regent bijna niet op dit moment,” zei ik. “Er komt zo weer een zware bui aan,” was zijn respons.
Toen begon hij over het feit dat hij een abonnement had voor die garage, en alsof het een troef was voegde hij eraan toe, “Twee zelfs!”
Ik bleef remonstreren dat de garage toch geen plek was om zijn hond z’n behoefte te laten doen.
“Ik vind het erger dat ze niets doen over de zwervers die alles hier doen,” zei hij. Ik kon hem daar wel gelijk in geven maar dat praatte zijn gedrag toch niet goed?
Hij had schijt aan mijn mening, dat was duidelijk.
Vol ongeloof stapte ik in mijn auto en reed ik de garage uit. Hoe kan het zijn dat mensen zich zo asociaal kunnen gedragen en ook nog vinden dat ze gelijk hebben ook?