Wij kennen deze woorden van de verhalen uit de Verenigde Staten over de status van gay militairen. Het principe van niet vragen en niet vertellen kennen wij ook allemaal in Nederland.
Toen ik ruim 40 jaar geleden voor het eerst naar Nederland kwam las ik in een gids dat je beter in de kroeg niet kan beginnen over de politiek. Vooral is het niet de gewoonte om openlijk over jouw stemgedrag te praten, al geldt dat niet voor iedereen. Het is in de loop der jaren wat minder gevoelig geworden gezien de ontzuiling van de politiek, maar niet iedereen kan begrip opbrengen voor het stemmen op nieuwe, meer extremistische partijen.
Met bepaalde persoonlijke dingen hoor je vaker dat jij er niet mee te koop moet lopen. Wat een ander niet weet kan simpelweg niet tegen je worden gebruikt, en in een tijdperk van sociale media is dat zeker goed advies.
Op een soortgelijke manier probeert de Nederlandse overheid ook zo te handelen. Met succes overigens. Al bestaat de wet openbaarheid van bestuur (WOB) trekt juist de overheid, landelijk maar ook lokaal, daar zo weinig mogelijk van aan. Kort samengevat, als een overheidsinstantie bepaalde informatie niet vrij wil geven halen ze alles uit de kast om dat niet te doen. Dit kan variëren van vertragingstechnieken tot het uitgeven van grotendeels zwartgelakte documenten.
Het gaat niet om een kijkje in keuken te mogen nemen. Het is overduidelijk dat WOB verzoeken worden geblokkeerd omdat wij anders achter stukken zouden komen die incriminerend zouden zijn, stukken die lijnrecht tegenover de officiële antwoorden staan en zelfs het falen in het handelen van bepaalde figuranten gelijk duidelijk zouden maken.
Natuurlijk is de motivatie achter een WOB verzoek ook een ding. Soms kan het onderdeel van een campagne zijn om iemand zwart te maken – punt. Vaker is het gewoon de journalistiek die graag namens ons allen de processen achter besluiten openbaar willen maken. Hoe dan ook, de vragen zijn terecht en wij, de burgers, hebben het recht een oordeel te vormen over onze politieke leiders op basis van feiten en niet alleen persberichten.
De conclusie is anders dat wat het daglicht niet kan verdragen waarschijnlijk ook niet deugde. De leed onder de gedupeerden van de kinderopvangtoeslagaffaire is nog niet verholpen, bij voorbeeld.
De vragen over het coronabeleid en de informatie waar de kabinet beslissingen op baseerde blijven vooralsnog onbeantwoord. Het ministerie van Volksgezondheid (VWS) heeft besloten dat zij zelf mogen bepalen welke informatie wanneer wordt uitgegeven. Wij mogen het vlees keuren maar de slager beslist welke stukken vlees het wordt. Dat was niet de bedoeling van de wet.
Dit verschijnsel is niet nieuw in Nederland, maar wordt wel steeds vaker en strenger toegepast. Wij dienen bezorgd te zijn over zo’n tendens: dit raakt ons allemaal.
P.S. Ik heb zojuist gelezen dat de vorige minister voor gezondheid in de VK gebruikte ook zijn privé email account om ministeriële correspondentie te voeren, in het bijzonder over de contracten voor het aanschaffen van beschermende kleding voor zorg medewerkers in het begin van de corona periode. Verder van fraai inderdaad maar niet expliciet verboden daar. Het resultaat is wel dat zulke mails niet voorkomen in de archieven van de overheid. Maar goed, telefoongesprekken ook niet, en dat is niets nieuws.